
De duinnatuur opkrikken en daarna weer stikstofvergunningen verlenen. Dat is het plan van de Rotterdamse haven. Natuurorganisaties zijn sceptisch en vragen zich af of dat wel gaat werken.
Huub van ’t Hart (zie foto) staat boven op de zeereep bij Monster. Hij kijkt uit over zee en over de duinen. “Hier zie je waarom mensen uit het Westland en Delft hier graag naartoe gaan. Er is licht, ruimte, zuurstof en het gevoel van vrijheid. Er is bos, er is lage begroeiing en door die variatie is er heel veel biodiversiteit.”
Aan zijn rechterhand ligt het duingebied Solleveld. Links bevinden zich de Kapittelduinen, tot aan Hoek van Holland. Al in zijn jeugd kwam Van ’t Hart hier in de natuur. Als secretaris natuurbescherming van de Koninklijke Nederlandse Natuurvereniging Zuid Holland kent hij de kracht en de kwetsbaarheid van de duinen. Overal in de duinen is te veel neerslag van stikstof, zegt Van ’t Hart. Door vergrassing krijgen planten als het duinviooltje geen kans. “Dat gras doet het geweldig op stikstof en verdringt de andere planten. Dat levert een eentonige flora op.”
De Rotterdamse haven kwam eerder deze maand met een plan om de natuur in de duinen te verbeteren. Het gaat niet alleen om de twee gebieden bij Monster, maar om de hele strook van Katwijk tot en met Voornes Duin, ten zuiden van de haven.
In het plan, de zogeheten ‘routekaart’, staat het juridische aspect, de vergunningverlening, voorop, en de natuur moet worden verbeterd om dat mogelijk te maken. Als de natuur herstelt en de havenbedrijven zelf ook minder stikstof gaan uitstoten, ontstaat er begin volgend jaar weer ruimte om vergunningen te verlenen, is de verwachting van de opstellers.
Een van de voorstellen in het plan is om konijnen los te laten die het gras opeten. Het aantal konijnen is de afgelopen decennia flink gedaald door virusziekten zoals myxomatose. Een ander idee is droogte tegengaan door maatregelen met water. Een suggestie is ook om minder recreatie toe te laten. Of Rotterdam met die benadering succes heeft, valt te bezien. Volgens juridische uitspraken kunnen er pas weer vergunningen worden afgegeven als de natuur verbetert. Daarvoor zijn forse maatregelen nodig waarbij stikstofreductie een heel belangrijke is. Of het plan van de haven met de konijnen dan genoeg is om weer vergunningen te kunnen verlenen, is nog maar zeer de vraag.
Van ’t Hart constateert dat onduidelijk is hoe vermindering van de recreatie in de praktijk wordt gebracht. “Ik zou mij kunnen voorstellen dat je minder honden toelaat”, zegt hij. Hij wijst naar een bord waarop staat dat hondenbezitters wordt opgedragen hun huisdier aan de lijn te houden. “Het staat wel op dit bord, maar het is het laatste wat ze doen”, constateert hij. “Als de honden loslopen, zijn de konijnen weg.”
Van ’t Hart is sceptisch over de ideeën vanuit de haven. “Verbetering van de natuur is een goed idee, maar het is eigenlijk nooit genoeg om weer vergunningen te verstrekken. Dat kan alleen maar als ook de bron, de landbouw, het verkeer en in dit geval de havenindustrie, de uitstoot fiks naar beneden brengt.”
De haven stelt in het plan dat de stikstofuitstoot door de energietransitie, elektrificatie van fabrieken en het aansluiten van schepen op schone walstroom al is gedaald en verder zal dalen, maar natuurman Van ’t Hart betwijfelt of dat genoeg is. “Ik zie in het plan geen enkele berekening die erop wijst dat er bij nieuwe investeringen geen extra stikstof in de duinen belandt. Ik vrees dat we hier te maken hebben met wensdenken. Ik zie rechtszaken aankomen.”
De eigenaren van de duingebieden reageren verbijsterd. Bij het maken van de plannen is geen enkele natuurorganisatie betrokken. De ‘routekaart naar vergunningverlening’ is opgesteld door het Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente Rotterdam, de provincie Zuid-Holland en twee ministeries (Economische Zaken en Landbouw). Die huurden externe ecologische kennis in en passeerden de ecologen van de natuurorganisaties. “Ik heb goede contacten met het havenbedrijf en de provincie, maar dit verbaast ons”, zegt Jos Bisschops, directeur van het Zuid-Hollands Landschap. “Wij beheren een deel van de natuurgebieden en zijn eigenaar. Het is vreemd om dan niet met ons te overleggen voordat je zo’n plan presenteert.
“Ik heb zorgen of de vergunningverlening nu echt op gang komt: is het juridisch houdbaar? In de routekaart staat dat de natuur wordt versterkt. Maar in welke mate en op welke manier dat gebeurt, kan ik nu echt niet bepalen voordat we de analyse en concrete maatregelen precies kennen. Wij hebben twee weken geleden al de juridische en ecologische analyses opgevraagd, maar nog niks ontvangen.”
“Als de natuurbeheerders vanaf het begin waren betrokken, had er nu een beter en meer gedragen plan gelegen”, zegt Stefan Vreugdenhil van Natuurmonumenten, eigenaar van een deel van Voornes Duin, ten zuiden van de haven. “Ik betwijfel of de verwachtingen in de routekaart nu reëel zijn, maar kan er pas echt iets over zeggen als wij de analyses hebben gezien.”
“Dit is een van de eerste plannen om diverse regio’s in Nederland weer van het stikstofslot te halen. Als je die plannen maakt kan dat niet zonder natuurorganisaties”, stelt Vreugdenhil. “We hebben in het verleden al veel papieren oplossingen gezien die in de praktijk te weinig voorstellen. Nu zou toch wel duidelijk moeten zijn dat eerst de natuur hersteld moet worden en dat er daarna pas vergunningen verleend kunnen worden.”
Huub van ’t Hart loopt op het strand naar de ‘embryonale duinen’. Ze ontstaan door zand dat komt aanwaaien, onder meer van een kunstmatige zandbank even verderop, de zogeheten ‘zandmotor’. In de loop der tijd begroeien jonge duintjes met plantjes zoals helmgras. Hier is ook een zeeraket te zien, met roze bloemetjes.Hij laat een passage zien uit het beheerplan voor Solleveld en Kapittelduinen zoals dat er nu ligt, opgesteld door adviesbureau Arcadis. Verslechtering van de embryonale duinen valt niet uit te sluiten, staat daarin. Ook voor een dier als de nauwe korfslak geldt dat de toekomst er niet goed uitziet, voegt hij eraan toe. Als de huidige herstelplannen worden uitgevoerd, verkeren ze nog steeds in een slechte staat. Huub van ’t Hart: “Ze staan in het rood”.
Bron artikel: Trouw 29/10/2026 auteur Jelle Brandsma
Foto Phil Nijhuis